Deze website gebruikt verschillende soorten cookies. U kunt meer informatie over het gebruik van cookies vinden in onze cookie policy. U kunt op elk tijdstip de cookie-instellingen aanpassen via uw browser instellingen. Door verder gebruik te maken van deze website, verklaart u zich akkoord met deze cookie policy.

Accepteer

Inschrijven nieuwsbrief

Geef hieronder uw emailadres op en ontvang onze nieuwsbrieven automatisch in uw mailbox!

Inschrijven nieuwsbrief

Nieuwsbrieven

Belastingverhoging - fiscus aanvaardt retroactieve werking van mildere wet

22/01/2026 - Manuel Meul, Stijn Lamote

In een eerdere editie van onze nieuwsbrief werd bericht over het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 november 2025 waarbij erkend werd dat de nieuwe regels inzake het opleggen van een belastingverhoging bij een eerste overtreding terugwerkende kracht dienen te hebben, zodat zij ook van toepassing zijn op de hangende geschillen. Het geschil dat door ons kantoor werd gevoerd. Concreet voerde de programmawet van 18 juli 2025 een “recht op vergissing” in. Bij een eerste overtreding inzake inkomstenbelastingen wordt niet langer automatisch een belastingverhoging van 10% opgelegd. Er wordt daarentegen vermoed dat de belastingplichtige te goeder trouw is en dat deze belastingverhoging dus achterwege kan blijven. De fiscus kan voor deze eerste overtreding wel nog steeds het bewijs leveren dat er geen sprake kan zijn van goede trouw. Aangezien deze nieuwe regelgeving gunstiger is dan de voorheen geldende regelgeving, waarbij het opleggen van een belastingverhoging van 10% bij een eerste overtreding de regel was en er slechts zeer uitzonderlijk hiervan werd afgezien, dient deze nieuwe regelgeving krachtens het internationaalrechtelijk verankerde beginsel van de retroactieve werking van de mildere strafwet ook toegepast te worden op de hangende geschillen. Dat de programmawet van 18 juli 2025 bepaalde dat de nieuwe regelgeving pas van toepassing is op aanslagen die vanaf 29 juli 2025 ingekohierd werden kan daaraan geen afbreuk doen. Het belang hiervan kan aanzienlijk zijn, nu het opleggen van een belastingverhoging van 10% doorgaans ook tot gevolg heeft dat de rechtzetting van het resultaat die volgt op een fiscale controle niet gecompenseerd kan worden met bijvoorbeeld de overgedragen fiscale verliezen of zelfs verliezen van het boekjaar. Indien de belastingverhoging van 10% komt te vervallen zal echter ook deze minimale belastbare grondslag komen te vervallen. De fiscus liet noteren mogelijk in cassatie te gaan tegen dit arrest. Ondertussen lijkt de fiscus de strijdbijl te hebben begraven. In een aantal casussen die wij behandelen wordt ingestemd met de rechtspraak van het hof van beroep te Gent. In de Kamercommissie Financiën van 13 januari jl. leek de minister nog op twee gedachten te hinken door enerzijds de toepassing van de nieuwe regels op de hangende geschillen te erkennen maar anderzijds toch nog de mogelijkheid van een cassatieberoep open te laten tegen het arrest van het hof van beroep te Gent. De fiscale administratie lijkt alvast de vlucht vooruit te hebben genomen, voorlopig zonder officiële communicatie in die zin. Het loont dus meer dan ooit de moeite om niet alleen de hangende dossiers af te toetsen aan deze nieuwe wending, maar ook om na te gaan of er nog een mogelijkheid is om nog tijdig een geschil op te starten voor nog niet betwiste aanslagen uit het verleden. Meer info op manuel@lamotestragier.be en/of stijn@lamotestragier.be.

Lees meer!

OOK ATTEST AANVRAAG VERSTRENGD VANAF 2026 

08/01/2026 - Stijn Lamote, Arne Hanssens, Thomas Storme

Vanaf 1 januari 2026 kan residentieel vastgoed in actieve familiale vennootschappen niet langer naar de volgende generatie overgedragen worden met toepassing van de gunsttarieven (in rechte lijn 0% bij schenking en 3% bij vererving). Vlabel heeft intussen ook een nieuw aanvraagformulier gepubliceerd om een voorafgaand attest te kunnen aanvragen. Deze aanvraag moet nu sowieso vergezeld zijn van een waarderingsverslag van de aandelen, opgemaakt door een revisor of gecertificeerd accountant, zelfs indien de vennootschap geen residentieel vastgoed bezit. Bezit de vennootschap wel residentieel vastgoed, dan moet de revisor of gecertificeerd accountant de waarde van de aandelen uitsplitsen (tussen de ondernemingswaarde en de waarde van het aanwezig residentieel vastgoed). Het gedeelte van de waarde dat het residentieel vastgoed vertegenwoordigt wordt niet langer gunstig belast. Dit waarderingsverslag zal ook aanwezig moeten zijn bij schenking of vererving. Intussen is er op de website van de Vlaamse Belastingdienst een FAQ verschenen die toelichting geeft over de nieuwigheden en bijkomende formaliteiten. De schenking of vererving van familiale vennootschappen, inclusief de attestaanvraag, heeft voortaan dus heel wat meer voeten in de aarde door het waarderingsverslag. Door de verlengde doorlooptijd bij deze planning is tijdig van start gaan andermaal de kernboodschap.

Lees meer!

breaking : arrest Gent 18/11/2025 bevestigt - nieuwe wet heeft impact op oude belastingverhogingen!

18/11/2025 - Stijn Lamote, Manuel Meul

Niet voor het eerst draagt ons kantoor bij aan markante fiscale rechtspraak. Met de programmawet van 18 juli 2025 werd het wetgevend kader aangepast inzake de inkomstenbelastingen, waardoor er voortaan bij een eerste te goeder trouw begane overtreding wordt afgezien van het opleggen van een belastingverhoging van 10%. De wetgever heeft hierbij een zogenaamd “weerlegbaar vermoeden van goede trouw” ingevoerd in hoofde van de belastingplichtige voor deze eerste overtreding. De fiscus kan in deze situatie slechts overgaan tot het opleggen van een belastingverhoging van 10% wanneer zij het bewijs levert dat de belastingplichtige niet te goeder trouw is. De hiervoor besproken wijzigingen zijn volgens de programmawet van 18 juli 2025 van toepassing op aanslagen ingekohierd vanaf 29 juli 2025. Dit was niet ons standpunt. Met deze datum van inwerkingtreding heeft de wetgever zich ons inziens vergaloppeerd. Belastingverhogingen, ook deze van 10%, zijn immers administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter in de zin het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uit dit Verdrag wordt het beginsel van de retroactieve werking van mildere strafwet afgeleid, beginsel dat primeert op het Belgische recht. Het nieuwe systeem (afzien van belastingverhoging en vermoeden van goede trouw) moet dan ook gelden bij eerder gevestigde aanslagen die vandaag nog in debat zijn (bezwaar fase of gerechtelijke fase) of kunnen getrokken worden. En dat wordt vandaag in een door ons behartigde zaak bevestigd door het Hof van Beroep van Gent (Gent, 18/11/2025). De gevolgen van de vernietiging van een belastingverhoging van 10% kunnen ver reiken. Veel aanslagen vallen in hun geheel weg als de belastingverhoging wegvalt; als er een belastingverhoging van 10% is kunnen de verliezen van het boekjaar of de overgedragen verliezen en andere tax assets van het verleden immers niet met de rechtzetting gecompenseerd worden. Als de belastingverhoging wegvalt, kan dat wel, waardoor zelfs de volledige aanslag kan wegvallen. We herhalen: review uw fiscale dossiers in betwisting! Meer info: manuel@lamotestragier.be - stijn@lamotestragier.be

Lees meer!

Bedrieglijke organisatie van onvermogen door winsten in vennootschappen te laten

05/11/2025 - Jens Rau, Bram Stragier

Cassatie bevestigt veroordeling voor “bedrieglijke organisatie van onvermogen” via vennootschap(pen). Het Hof van Cassatie heeft op 21 oktober 2025 het cassatieberoep verworpen van een bedrijfsleider die veroordeeld werd wegens de bedrieglijke organisatie van zijn onvermogen via vennootschap(pen). Daarmee bevestigt het Hof dat ondernemers die hun persoonlijke vermogen bewust “onbeschikbaar” maken om schuldeisers te ontwijken, strafbaar handelen. Luxe zonder loon De beklaagde was bestuurder van meerdere winstgevende vennootschappen. Toch keerde hij zichzelf jarenlang nauwelijks loon of dividenden uit. In werkelijkheid woonde hij met zijn gezin in een luxevilla van een van de vennootschappen en reed hij met dure bedrijfswagens (woorden van het Hof). Een vroegere zakenpartner beschikte evenwel over een uitvoerbare schuldvordering van ruim € 600.000, maar kreeg dat bedrag nooit geïnd. Volgens het hof van beroep had de man zijn financiële situatie zo ingericht dat inning “onmogelijk, minstens zeer moeilijk” was. Geen fiscale onschuld De verdediging voerde aan dat zijn vermogen al lang vóór de schuldvordering was gestructureerd, uit fiscale overwegingen en niet om schuldeisers te benadelen. Bovendien, zo luidde het, had de schuldeiser nog beslagmogelijkheden — op loon, aandelen of rekening-couranttegoeden. Cassatie volgde dat betoog niet. Het Hof benadrukte dat de rechter mag kijken naar de werkelijke mogelijkheid tot inning, niet enkel naar wat in theorie kan. Wanneer vermogen doelbewust in vennootschapsstructuren wordt ondergebracht of de bestuurder zichzelf kunstmatig onderbetaalt, is dat een aanwijzing van bedrieglijk opzet. Belangrijk: de schuldeiser hoeft niet eerst beslag te leggen of alle uitvoeringsmogelijkheden uit te putten om het misdrijf te bewijzen. Geen verjaring door voortgezet misdrijf De beklaagde beriep zich ook op verjaring, maar zonder succes. Het Hof beschouwde de herhaalde weigering om zichzelf een marktconform loon of dividend toe te kennen als een voortgezet misdrijf: elke beslissing die de toestand van onvermogen in stand hield, hernieuwde het strafbare feit. Cassatie bevestigt veroordeling Het Hof van Cassatie verwerpt het beroep en bevestigt het arrest van het Gentse hof van beroep. De veroordeling wegens bedrieglijk onvermogen blijft dus overeind. Wat betekent “bedrieglijke organisatie van onvermogen”? Het Strafwetboek viseert de schuldenaar die zijn eigen onvermogen “bewerkstelligt” om aan zijn schuldeisers te ontsnappen. Dat kan door vermogen weg te maken, te verbergen of onbeschikbaar te maken — maar dus ook door de groei van het privévermogen te verhinderen. Met andere woorden: wie via vennootschappen of andere constructies zijn onvermogen veinst, terwijl hij economisch wel controle heeft over geld of activa, kan strafrechtelijk vervolgd worden. Deze piste kan bovendien tot succesvolle recuperatie van schuldvorderingen leiden.

Lees meer!

Gunstregime familiale vennootschappen

10/10/2025 - Thomas Storme, Stijn Lamote

In het kader van de begroting 2026 heeft de Vlaamse Regering een voorontwerp klaar tot wijziging van het gunstregime voor de schenking of vererving van familiebedrijven. Waarover gaat het? Familiebedrijven, uitgebaat als éénmanszaak of via vennootschap, kunnen voordelig worden overgedragen via schenking of erfenis. Bij schenking geldt een vrijstelling van schenkbelasting, bij overlijden geldt een vlak tarief in de erfbelasting van 3% (voor kinderen en/of partner) of 7% (voor alle anderen). Wat verandert er? De Vlaamse Regering kondigt aan om residentieel vastgoed (bestemd voor bewoning) uit te sluiten van het gunstregime. Ook al komen de aandelen van een familiale vennootschap in principe in aanmerking voor het gunstregime, dan zal dat maar meer voor de waarde zijn exclusief het residentieel vastgoed. Wat verandert er niet? Om van het gunstregime te genieten moet het nog steeds om een familiebedrijf gaan met een economische activiteit. Hiermee wordt bedoeld: een nijverheid-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf, dan wel een vrij beroep. Het gunstregime blijft niet van toepassing op pure patrimonium- en managementvennootschappen. De uitsluiting treft enkel residentieel vastgoed. Ander vastgoed (b.v. magazijnen, kantoren) wordt niet uitgesloten, ook niet indien dit niet voor de eigen activiteit wordt gebruikt maar wel verhuurd wordt aan derden. Ook gelbeleggingen of toegestane leningen binnen de vennootschap worden niet uitgesloten. Waarom doet de Vlaamse Regering dit? Reeds in het regeerakkoord kondigde de Vlaamse Regering aan fiscale achterpoortjes te willen sluiten. De Vlaamse Regering doelde daarbij onder meer op het feit dat residentieel vastgoed, dat ze als puur privaat patrimonium beschouwt, mee voordelig kan worden overgedragen indien dit wordt aangehouden door een vennootschap waarbinnen een familiebedrijf is georganiseerd. Door het uitsluiten van residentieel vastgoed rekent de Vlaamse Regering op een meeropbrengst van afgerond 13 miljoen euro voor begrotingsjaar 2026. Hoe wordt residentieel vastgoed concreet uitgesloten? Voor vennootschappen worden alle onroerende goederen die voor bewoning worden aangewend of bestemd uitgesloten. Het gaat zowel om residentieel vastgoed dat rechtstreeks wordt aangehouden door de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken of vererfd, als over residentieel vastgoed aangehouden door dochtervennootschappen indien de participatie daarin minstens 10% bedraagt. Een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant dient in een bijzonder verslag de mate te bepalen waarin de waarde van het uitgesloten residentieel vastgoed wordt gereflecteerd in de waarde van de aandelen. De vraag rijst of daarbij schulden in mindering kunnen worden gebracht. Bij de schenking of vererving van aandelen zal de waarde van de aandelen aldus worden opgesplitst in een kwalificerend en een uitgesloten deel. Op het uitgesloten deel zijn de normale tarieven inzake roerende (en dus niet onroerende!) goederen van toepassing. Op basis van het bijzonder verslag van de bedrijfsrevisor/gecertificeerd accountant, kan bij de Vlaamse Belastingdienst een attest worden verkregen waarin de opsplitsing tussen het kwalificerend en het uitgesloten deel wordt bevestigd. Dergelijk attest blijft geldig voor 60 dagen. Er wordt geen uitzondering voorzien voor woningen die in het kader van de bedrijfsvoering worden aangewend zoals b.v. een conciërgewoning, woningen ter beschikking gesteld of verhuurd aan buitenlands personeel, etc. Er wordt evenmin een uitzondering voorzien voor vennootschappen die professioneel residentieel vastgoed verhuren (b.v. professionele aanbieders van studentenhuisvesting). Vanaf 1 januari 2026 De uitsluiting van residentieel vastgoed is nog geen definitieve wetgeving. Op heden ligt er nog maar een voorontwerp van decreet voor. Aanpassingen zijn nog mogelijk, maar de principiële beslissing lijkt ons te zijn genomen en zal wellicht inwerking treden per 1 januari 2026. Meer dan ooit de moeite om de successieplanning voor einde 2025 onder de loep te nemen, zeker als er residentieel vastgoed in de vennootschapsgroep zit.

Lees meer!

Liquidatiereserves kunnen er twee jaar vroeger uit!

18/09/2025 - Stijn Lamote, Joren Van Poucke

Met de publicatie van de Programmawet van 18 juli 2025 in het Belgisch Staatsblad (29 juli 2025) heeft de wetgever belangrijke wijzigingen doorgevoerd aan het stelsel van de liquidatiereserves.Onder de oude regeling konden vennootschappen (KMO’s) op hun winst na belastingen liquidatiereserves aanleggen mits een bijkomende heffing van 10%. Na een wachttijd van 5 jaar konden deze reserves worden uitgekeerd aan het verlaagde tarief van 5% roerende voorheffing. Bij liquidatie van de vennootschap zijn zij volledig vrijgesteld van roerende voorheffing. In de nieuwe regeling wordt de wachttijd verkort van 5 jaar naar 3 jaar. Daar staat tegenover dat het tarief van de roerende voorheffing bij uitkering na deze wachtperiode van 3 jaar wordt verhoogd van 5% naar 6,5%. Aan de 0% bij liquidatie wordt niets gewijzigd. Deze wijziging is van toepassing voor liquidatiereserves die worden aangelegd vanaf 1 januari 2026. Voor liquidatiereserves die vóór 1 januari 2026 zijn aangelegd, geldt een keuzemogelijkheid: men kan ofwel de oude regeling behouden, ofwel de nieuwe regeling toepassen. Hieronder een overzicht: Liquidatiereserves die worden aangelegd vóór 1 januari 2026 kunnen worden uitgekeerd aan het tarief van: 5% indien ze gedurende minstens 5 jaar worden aangehouden; 6,5% indien ze gedurende minstens 3 jaar worden aangehouden; Dit betekent dat liquidatiereserves die u vandaag al drie jaar hebt aangehouden, per direct kunnen uitgekeerd worden aan 6,5% in plaats van 5%; per € 100.000,00 gaat dit om € 1.500,00 extra belasting. In heel wat gevallen een opportuniteit. De uitkering kan via het dividend op de jaarvergadering of via een tussentijds dividend, los van de datum van de algemene vergadering.

Lees meer!

Regularisatieronde 5.0 – van last call naar call again

15/09/2025 - Tom Bostoen, Stijn Lamote

In navolging van de Programmawet dd. 18 juli 2025 zijn de regularisatielijnen sinds 8 augustus, na ruim anderhalf jaar, opnieuw geopend. Kapitalen en inkomsten waarvan het legaal karakter niet vaststaat (of beter: niet kan bewezen worden) kunnen bij deze terug worden gezuiverd door een fiscale regul 5.0.. In de grond is er weinig gewijzigd ten opzichte van de vorige regeling, naast enkele bijgewerkte formuleringen en de verduidelijking dat grensoverschrijdende btw-fraude met bedragen boven de 10.000.000 EUR uitgesloten wordt, heeft de wetgever enkel de tarieven met 5 procentpunt verhoogd: Met deze herinvoering komt de wetgever tegemoet aan een duidelijk verzoek vanuit de financiële sector. Het gaat hierbij vaak om situaties waarbij (klein)kinderen een nalatenschap erven die blijkt te bestaan uit activa geparkeerd in het buitenland (bankrekeningen, onroerende goederen, goudstukken, …). Belgische banken weigeren (in het kader van hun witwasverplichtingen), behoudens keiharde bewijzen over de oorsprong, steevast om dergelijke kapitalen naar België te repatriëren. En dan zit je vast, vaak onterecht, maar het is de realiteit. op inkomsten die fiscaal nog niet zijn verjaard: u betaalt een heffing tegen het tarief dat van toepassing was op het ogenblik van de inbreuk, verhoogd met 30 procentpunten (bijvoorbeeld inzake btw: 21% + 30% ofwel 51%); op fiscaal verjaarde kapitalen: u betaalt een vlakke heffing van 45% (het verminderd tarief voor situaties te goeder trouw, heeft de finale wetteksten niet gehaald) Als (klein)kind is het voorleggen van die bewijzen veelal een onmogelijke opdracht, waardoor deze kapitalen simpelweg onbruikbaar worden. De nieuwe regularisatieronde biedt in die zin nieuwe opportuniteiten. Praktijkervaringen bij het regulariseren van kapitaal die de bittere pil iets kunnen verlichten: Een goede dossieropbouw en het verzamelen van bewijsstukken is aldus de boodschap. Met onze meer dan 25 jaar ervaring bij fiscale reguls kunnen we u daarin de juiste richting uitsturen. Er mag geregulariseerd worden op de oorspronkelijke waarde van het kapitaal. Stel nu dat u 1 KG goud heeft aangekocht in 1970 maar u niet beschikt over de bewijzen dat de aankoop met legale gelden plaatsvond, dan kunt u regulariseren op basis van de goudwaarde in 1970 (mits u de aankoop kunt situeren in 1970) die een heel pak lager ligt dan op vandaag. Vaak kan het legale karakter van een deel van het kapitaal wel worden aangetoond, eventueel zelfs op basis van een gedetailleerde en onderbouwde indiciaire afrekening. U betaalt de heffing dan uiteraard enkel op het niet-aantoonbare gedeelte. Voor alle duidelijkheid, de mogelijkheid tot regularisaties inzake erfbelasting (Vlaamse materie) is nooit verdwenen en staat tot op vandaag nog steeds open. Meer info: stijn@lamotestragier.be tom@lamotestragier.be

Lees meer!

Nieuwe regels belastingverhogingen: voor de toekomst … maar ook voor het verleden!

11/09/2025 - Manuel Meul, Thomas Bataille

De fiscus past de laatste jaren bij iedere rechtzetting een belastingverhoging toe, op automatische piloot. Met de goede trouw van de belastingplichtige en het veelal complexe karakter van de fiscale regelgeving werd daarbij zelden rekening gehouden. De in de wet voorziene mogelijkheid om “bij ontbreken van kwade trouw” geen belastingverhoging van 10% toe te passen werd in de praktijk nauwelijks toegepast door de fiscus, daarin al te vaak bijgetreden door de rechtspraak. Met de programmawet van 18 juli 2025 werd het wetgevend kader aangepast inzake de inkomstenbelastingen, waardoor er voortaan bij een eerste te goeder trouw begane overtreding wordt afgezien van het opleggen van een belastingverhoging van 10%. De wetgever heeft hierbij een zogenaamd “weerlegbaar vermoeden van goede trouw” ingevoerd in hoofde van de belastingplichtige voor deze eerste overtreding. De fiscus kan in deze situatie slechts overgaan tot het opleggen van een belastingverhoging van 10% wanneer zij het bewijs levert dat de belastingplichtige niet te goeder trouw is. Dit “weerlegbaar vermoeden van goede trouw” geldt niet voor aanslagen die van ambtswege worden gevestigd (bv bij laattijdige aangifte). Wie in een dergelijk geval de belastingverhoging van 10% wegens een eerste overtreding (in geval van afwezigheid van fraude) wenst te vermijden zal zelf het bewijs moeten leveren van goede trouw. Het blijft koffiedik kijken hoe de fiscus deze regels in de praktijk zal toepassen. Een recente circulaire van 18 juli 2025 waarin een cryptisch onderscheid wordt gemaakt tussen goede trouw, het opzet om belastingen te ontduiken en nog iets daartussen (geen goede trouw maar ook geen opzet om belastingen te ontduiken) en waarbij zeer stringente voorbeelden van goede trouw worden gegeven voorspelt alvast weinig goeds. Mogelijk zal men sneller teruggrijpen naar het weerhouden van fraude (en dus belastingverhogingen van minstens 50%) om dergelijke terminologische discussies te vermijden. De hiervoor besproken wijzigingen zijn volgens de programmawet van 18 juli 2025 van toepassing op aanslagen ingekohierd vanaf 29 juli 2025. Met deze datum van inwerkingtreding heeft de wetgever zich ons inziens vergaloppeerd. Belastingverhogingen, ook deze van 10%, zijn immers administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter in de zin het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uit dit Verdrag wordt het beginsel van de retroactieve werking van mildere strafwet afgeleid, beginsel dat primeert op het Belgische recht. Het nieuwe systeem (afzien van belastingverhoging en vermoeden van goede trouw) geldt ons inziens dan ook bij eerder gevestigde aanslagen die vandaag nog in debat zijn (bezwaar fase of gerechtelijke fase) of kunnen getrokken worden. De gevolgen van de vernietiging van een belastingverhoging van 10% kunnen ver reiken. Veel aanslagen vallen in hun geheel weg als de belastingverhoging wegvalt; als er een belastingverhoging van 10% is kunnen de verliezen van het boekjaar of de overgedragen verliezen en andere tax assets van het verleden immers niet met de rechtzetting gecompenseerd worden. Als de belastingverhoging wegvalt, kan dat wel, waardoor zelfs de volledige aanslag kan wegvallen. Review uw fiscale dossiers in betwisting!

Lees meer!

De Jambontax komt eraan … vanaf 1 januari 2026.

09/07/2025 - Stijn Lamote, Arne Hanssens

De meerwaardebelasting in de personenbelasting (Jambontax) op aandelen komt eraan, met zekerheid. De ontwerpwetteksten met betrekking tot de modaliteiten ervan gaan (letterlijk) van rechts naar links maar een definitief ontwerp – goedgekeurd door het kernkabinet - is er voor de goede orde nog steeds niet. Voor financiële activa (veel ruimer dan alleen maar beursaandelen) komt er een meerwaardebelasting van 10%; de voetvrijstellingen zijn nauwelijks het vermelden waard. Voor aanmerkelijke belangen (20% van de rechten in een vennootschap, te bekijken per belastingplichtige) geldt een gunstiger regime waardoor de eerste 10 miljoen euro aan meerwaarde feitelijk maar aan 3,4% wordt belast (voetvrijstelling en opklimmend tarief). Emigreren zal vanaf 2026 geen soelaas brengen. Één rode draad blijft in alle ontwerpen: de Jambontax geldt pas voor meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026, en slechts ten belope van de meerwaarde die (verder aan)groeit vanaf 1 januari 2026; meerwaarden in de mate die reeds latent aanwezig waren voor deze datum, maar nog niet gerealiseerd, worden niet geviseerd. Voorbeeld: aankoop aandelen in 2020 voor 30, waarde eind 2025 van 80, verkoop tegen 100 in 2028: meerwaarde te belasten is 20. Een korte weergave van de voorlopige ontwerpwetteksten vind je in de presentatie via de link. Handelen doen we nu best weloverwogen en op basis van de uit onderhandelde teksten; er zit binnen de regering spanning op dit meerwaardetax dossier en dit geeft blijkbaar aanleiding tot bokkesprongen in alle richtingen… en we zijn nog niet aan de meet. Daarenboven komt de tax er pas volgend jaar aan. Vanaf 21 juli verwachten we (meer) uit onderhandelde teksten, op basis daarvan komen we per direct bij jullie terug: met de definitieve regels en – zoals het ons ondertussen kenmerkt – met een voorstel van praktische aanpak. Tot binnenkort!

Lees meer!

Modernisering Insolventierecht: preview van de krijtlijnen

16/04/2018 - Bram Stragier

Op 21 april 2017 werd het ontwerp van wet tot modernisering van het insolventierecht ingediend. Het ontwerp is voluit getiteld “Wetsontwerp houdende invoering van het Boek XX ‘Insolventie van ondernemingen’, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek Economisch recht”.

Het ontwerp dient nog te worden goedgekeurd door het federaal parlement maar de inwerkingtreding is voorzien tegen uiterlijk 1 september 2017.

Wij bezorgen u hierbij alvast de krijtlijnen van de voorgestelde wetswijzigingen.

Uitbreiding van het faillissement

Op vandaag is het faillissement voorbehouden voor handelaars in de juridische betekenis van het woord. Dit wordt uitgebreid naar alle ondernemingen en dus ook vrije beroepen, landbouwers en burgerlijke vennootschappen met handelsvorm. Op die manier wordt het toepassingsgebied ook gelijkgesteld met de Wet Continuïteit Ondernemingen.

Elektronisch insolventiedossier

Het insolventiedossier wordt geïnformatiseerd door de oprichting van het Centraal Register Solvabiliteit. Dit elektronisch dossier wordt beheerd door de orde van advocaten en zal toegankelijk zijn voor alle belanghebbenden (rechtbank, curator, schuldeisers en hun advocaten), mits betaling van een retributie.

Schuldeisers zullen voortaan hun aangifte van schuldvordering kunnen bezorgen aan de curator in plaats van ter griffie en dit op elektronische wijze.

Deze digitalisering dient niet alleen de administratieve lasten te verminderen maar tevens een betere opvolging van ondernemingen in moeilijkheden mogelijk te maken.

Het Centraal Register Insolvabiliteit ging al op 1 april 2017 van start.

Stimuleren minnelijk akkoord

In het kader van de Wet Continuïteit Ondernemingen is het nu reeds mogelijk om een minnelijk akkoord te sluiten met een schuldeiser buiten een procedure gerechtelijke reorganisatie. Die mogelijkheid zal worden verstrekt door het akkoord te laten homologeren door de rechtbank. Op die manier zou dit een uitvoerbare titel opleveren, die in rechte kan worden afgedwongen in geval het akkoord niet vrijwillig wordt uitgevoerd.

Fresh start

De gefailleerde krijgt de mogelijkheid om lopende de faillissementsprocedure een nieuwe onderneming op te starten zonder de afwikkeling van het faillissement af te wachten. De schulden die niet kunnen worden terugbetaald in het faillissement kunnen worden kwijtgescholden en de opbrengst van de nieuwe activiteit zou buiten de boedel vallen. Achterliggende idee is om ondernemerschap aan te moedigen en een nieuwe start mogelijk te maken.

Stil faillissement

De mogelijkheid van een stil faillissement wordt ingevoerd. Een faillissement gaat in principe altijd gepaard met grote publiciteit. Dit heeft evenwel vaak een negatieve invloed op de waarde van de onderneming en de resterende activa, en is dus in het nadeel van zowel de gefailleerde als de schuldeiser. Nu zal er een precurator kunnen worden aangesteld die discreet overgaat tot de verkoop van de nog gezonde onderdelen aan meer marktconforme prijzen. Op die manier zou het finaal faillissement voorbereid worden.

Wrongful trading

Er zou een geheel van regels worden opgenomen inzake de aansprakelijkheid van bestuurders van vennootschappen ingeval van wrongful trading, het ten onrechte verderzetten van een onderneming. Bedoeling is ondernemingen aan te zetten om zo snel mogelijk in te grijpen en niet pas wanneer dit onvermijdelijk is geworden.

Juridisch technische verbeteringen

Naast de inhoudelijke en praktische vernieuwingen, beoogt het ontwerp ook een coherente wetgeving, die de bestaande juridische onzekerheden wegwerkt. Zo zullen de nieuwe regels worden opgenomen in het Wetboek Economisch Recht als boek XX. Een aantal onduidelijkheden in de rechtspraak inzake faillissement en gerechtelijke reorganisatie worden uitgeklaard. De nieuwe regels inzake internationale insolventieprocedures op basis van de Europese Verordening 015/848 worden geïntegreerd.

Gerechtelijke ontbinding van vennootschappen

Daarnaast werd op 21 april 2017 tevens een wetsvoorstel ingediend inzake de gerechtelijke ontbinding van vennootschappen, dat reeds werd goedgekeurd in commissie.

Op vandaag kunnen ‘slapende vennootschappen’, die reeds drie jaar geen jaarrekening hebben neergelegd gerechtelijk worden ontbonden. Dit zou voortaan al mogelijk worden nadat men één jaarrekening niet tijdig heeft neergelegd. De bestaande mogelijkheid voor regularisatie blijft wel behouden. Het laat zich evenwel raden dat dit de druk nog zal verhogen in vennootschappen waar zich een blokkering voordoet. De mogelijkheid tot gerechtelijke ontbinding zou ook worden uitgebreid naar o.m. vennootschappen waarvan de bestuurders niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden.

Bovendien zou de procedure worden versoepeld aangezien de verwijzing naar de feitenrechter voortaan ambtshalve kan gebeuren door de kamers van handelsonderzoek. Daarnaast wordt een dwingende verplichting vooropgesteld voor de bestuurders om mee te werken met de gerechtelijk vereffenaar. Wordt hieraan geen gevolg gegeven, dan kan zelfs een beroepsverbod worden opgelegd.

Het nieuwe insolventierecht zal een aantal interessante nieuwe mogelijkheden bieden voor zowel de schuldenaar in moeilijkheden als voor de schuldeisers. De ervaring leert dat in beide gevallen best zo spoedig mogelijk wordt gereageerd om optimaal van deze mogelijkheden gebruik te maken. Daarnaast wordt het nog belangrijker om de jaarrekening binnen de wettelijke termijnen neer te leggen.