Deze website gebruikt verschillende soorten cookies. U kunt meer informatie over het gebruik van cookies vinden in onze cookie policy. U kunt op elk tijdstip de cookie-instellingen aanpassen via uw browser instellingen. Door verder gebruik te maken van deze website, verklaart u zich akkoord met deze cookie policy.

Accepteer

Inschrijven nieuwsbrief

Geef hieronder uw emailadres op en ontvang onze nieuwsbrieven automatisch in uw mailbox!

Inschrijven nieuwsbrief

Nieuwsbrieven

Een architect ‘verdient’ (dan toch) auteursrechten!

10/09/2026 - Stijn Lamote, Tom Bostoen

Nogal wat architecten ma(a)k(t)en toepassing van het fiscaal (gunstig) regime inzake auteursrechtenvergoedingen. De architectenvennootschap inde de erelonen en auteursrechten van de klanten, en de architectenvennootschap betaalde vervolgens aan de architect-bedrijfsleider, naast de normaal belaste bezoldiging, de gunstiger belaste auteursvergoedingen. In 2022 opende de fiscus de (blinde) jacht op iedereen die auteursrechten inde. Verkregen auteursvergoedingen werden geherkwalificeerd naar (normaal belaste) bezoldigingen. Hierbij neemt de fiscus (op automatische piloot) het standpunt in dat de creativiteit van het werk en het auteurschap, zelfs van een architect … , niet voldoende blijken. De fiscus draagt weliswaar de bewijslast dat er niet voldaan is aan de voorwaarde voor het fiscaal regime inzake auteursrechten, de belastingplichtige moet daartoe wel voldoende bewijsstukken voorleggen op basis waarvan de fiscus haar beoordeling kan maken. In de praktijk leidt dit aldus tot een gedeelde last tot bewijsvoering. De (overtuigings)kunst bestaat erin de rechtbanken en hoven een gedocumenteerd en coherent dossier voor te leggen dat (1) de architect creatieve keuzes heeft gemaakt, en (2) dat de architect hier zelf voor instond, en dat project per project. Het gaat dus niet over een principiële discussie, maar over een feitelijke discussie en over het voorleggen van coherente bewijsstukken. Het coördineren en managen van deze bewijslast is in deze de kerntaak van de advocaat. Na positieve uitspraken van de hoven en rechtbanken van Luik, Antwerpen en Hasselt, inzake dossiers van architecten, volgt – in een door ons kantoor behandelde casus - nu ook de rechtbank te Brugge in een vonnis dd. 19 juni 2026. Na het voorleggen van een zeer uitgebreid, maar vooral coherent, stukkenbundel besluit de rechtbank dat de fiscale administratie de kwalificatie als (gunstig) belast auteursrecht niet kan weerleggen. Meer info: stijn@lamotestragier – tom@lamotestragier.be

Lees meer!

Tweedeverblijfstaks, saga beslecht in het voordeel van de belastingplichtige?

30/06/2026 - Tom Bostoen, Stijn Lamote

De gemeente Koksijde is niet alleen bekend voor haar zon, zee en strand, doch ook voor het ontbreken van een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en haar belastingreglement op tweede verblijven. Dit laatste belastingreglement (periode 2020-2025) maakt al vele jaren het voorwerp uit van discussie, waarom zouden immers enkel eigenaren van tweede verblijven moeten bijdragen in de financiering van de gemeente terwijl eigenaren van een woning waar een domicilie gevestigd is, quasi niets dienen bij te dragen? Onder meer ons kantoor heeft van in den beginne verdedigd dat het gelijkheidsbeginsel geschonden wordt, bij gebrek aan een degelijke verantwoording voor dit verschil in taxatie. De gemeente Koksijde meent evenwel dat dit verschil in behandeling hoofdzakelijk verantwoord moet worden als ‘weeldebelasting’. Is dit nu een afdoende verantwoording? Het hof van beroep te Gent oordeelde begin 2024 alvast dat dit niet het geval was. De gemeente Koksijde stapte hiermee naar het Hof van Cassatie dat prompt stelde dat de redenering van het Gentse hof uitging van een juridisch verkeerde denkwijze; eenzelfde uitspraak werd gedaan met betrekking tot het belastingreglement van de gemeente Knokke-Heist. De gemeente Knokke-Heist haalde de uitspraak van het Hof van Cassatie aan in een andere, inhoudelijk identieke, zaak waarbij zij ervan uitging dat de kous af was en haar belastingreglement grondwettelijk aldus standhield. Niet dus, het Gentse hof stelde in een arrest van 19 mei 2026 nog steeds een schending van het gelijkheidsbeginsel vast, doch onder de aangepaste redenering dat de motivering als ‘weeldebelasting’ niet aannemelijk is daar uit het meerjarenplan feitelijk blijkt dat de gemeente gewoon het grootste deel van de lasten wil laten dragen door eigenaren van tweede verblijven. De aanslag werd bijgevolg volledig ontheven. Ook de rechtbank van eerste aanleg te Brugge trekt in een zaak van ons kantoor deze redenering door naar het belastingreglement van de gemeente Koksijde in 3 vonnissen dd. 23 juni 2026. Intussen kondigde de gemeente Knokke-Heist wel aan dat zij opnieuw naar het Hof van Cassatie stapt om het Gentse arrest van 19 mei 2026 aan te vechten. De discussie is duidelijk nog niet finaal beslecht, doch het lijkt er steeds meer op dat de tweedeverblijfstaks geen stand zal houden. Intussen heeft de gemeente Koksijde weliswaar een nieuw belastingreglement gestemd voor de periode 2026-2031. Het valt op dat er intussen een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting van 5% werd ingevoerd waardoor de discriminatie weggewerkt lijkt te zijn. Maar klopt dat wel? Uit het meerjarenplan blijkt immers dat er nog steeds aanzienlijk meer inkomsten verwacht worden uit de belasting op tweede verblijven dan uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Legt de gemeente hiermee opnieuw de grootste last op de schouders van de eigenaren van tweede verblijven? Tegen dit belastingreglement werd een verzoek tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State die zich als eerste hierover zal uitspreken. To be continued… Voor verdere vragen hieromtrent kunt u terecht bij: Stijn Lamote & Tom Bostoen

Lees meer!

De familiale maatschap triggert geen meerwaardebelasting ...

28/04/2026 - Stijn Lamote, Arne Hanssens, Thomas Storme

Wie vanaf 2026 een meerwaarde realiseert op aandelen op beleggingsportefeuilles is belasting op meerwaarde verschuldigd. Allerhande (voorbarige) nieuwsbrieven insinueerden de laatste tijd dat de maatschap als instrumentum voor vermogensplanning kon worden begraven. Immers, zou de inbreng van een beleggingsportefeuille en al zeker de latere liquidatie van de maatschap met daarin aandelen of beleggingsportefeuilles meerwaardebelasting uitlokken. We predikten rust, andermaal. Die angst strookt niet met de doelstelling van de wetgever, noch met het juridisch concept van de maatschap. Ondertussen is duidelijk geworden dat je vermogen (zowel beleggingsportefeuilles als aandelen) perfect in en uit een maatschap kunt brengen/halen zonder langs de meerwaardebelasting te passeren. Het creëren van een onverdeeldheid, wat een maatschap is, zonder daarbij onrechtstreeks een ander actief te verwerven is geen volkomen overdracht, en dus is er geen belasting. Anderzijds, bij het opdoeken van de maatschap creëer je geen moment van belasting als je in dezelfde verhouding in onverdeeldheid blijft. Plannen met een maatschap vergt altijd maatwerk. Mits de juiste aanpak is de nieuwe meerwaardebelasting daarbij absoluut geen breekpunt.

Lees meer!

De sleutel tot betaling: het retentierecht op de sleutels bij een verkoop op plan

23/03/2026 - Bram Stragier, Gilles Merchiers

In verkoopovereenkomsten m.b.t. verkopen op plan, staat vaak een clausule dat de sleutels slechts worden overhandigd na integrale betaling van de prijs. De retentie van de sleutels vormt in de praktijk een efficiënt middel om integrale betaling te bekomen. Dit veronderstelt uiteraard wel dat het onroerend goed zich effectief in een opleverbare staat bevindt. Dergelijke clausules moeten zorgvuldig geredigeerd worden en zijn niet vrij van controverse in de rechtsleer. Zo zijn bedingen die een consument verplichten om zijn verbintenissen na te komen, terwijl de onderneming haar verbintenissen nog niet is nagekomen in de regel onrechtmatig (artikel VI. 83,9° WER). In een recent dossier waarin ons kantoor de bouwpromotor bijstond, rees een dergelijk geschil omtrent de sleuteloverhandiging. De koper weigerde om het openstaande saldo te voldoen bij de voorlopige oplevering, onder verwijzing naar een lijst van opleveringspunten. De bouwpromotor hield op zijn beurt de sleutels in, waarop de koper een vordering instelde wegens genotsderving. De koper verwees naar de wet Breyne en stelde dat de gedeeltelijke betalingen nooit hoger mogen zijn dan de prijs van de uitgevoerde werken. De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen - afdeling Kortrijk, oordeelde dat de bouwpromotor zich wel degelijk rechtsgeldig kon beroepen op zijn retentierecht m.b.t. de sleutels en dit ongeacht de toepassing van de Wet Breyne. De rechtbank maakte daarbij ook abstractie van artikel VI. 83, 9° WER. De rechtbank oordeelde verder dat het retentierecht op legitieme wijze kon worden uitgeoefend, aangezien: (i) het goed voorlopig was opgeleverd, wat een normale bewoonbaarheid impliceert, en (ii) het ingehouden saldo niet in verhouding stond t.a.v. de nog openstaande opleveringspunten. Besluit: Het feit dat een verkoop van vastgoed onder het toepassingsgebied van de Wet Breyne valt, verhindert niet dat de bouwpromotor zich op zijn retentierecht m.b.t. de sleutels beroept. Het feit dat een contractuele clausule mogelijks op gespannen voet staat met dwingende regelgeving (in het bijzonder deze rond consumentenbescherming), laat het wettelijke retentierecht in principe onverlet. Het voorgaande neemt niet weg dat men zijn/haar positie maximaal kan veiligstellen door ook de contractuele clausules in overeenstemming te brengen met de dwingende bepalingen inzake consumentenbescherming.

Lees meer!

Fout tegen interne bevoegdheidsverdeling van de fiscus maakt aanslag nietig

09/02/2026 - Stijn Lamote, Manuel Meul

Via een KB van 15 maart 2010 en een besluit van de minister van Financiën van 23 april 2010 wordt de bevoegdheid tot het oprichten van diensten in de schoot van de FOD Financiën en het bepalen van diens materiële en territoriale bevoegdheden gedelegeerd aan de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën. Daartoe werden onder meer verschillende P centra opgericht, waarbij de materiële en territoriale bevoegdheden van deze centra steeds worden afgebakend in de betrokken besluiten. De fiscus respecteert niet altijd deze interne bevoegdheidsverdeling. Wij kaartten dit recent aan als procedureargument tot vernietiging van de daarop volgende aanslag. De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent besliste in een vonnis van 4 februari 2026 dat de schending van deze bevoegdheidsverdelingen (in deze de verzending van een bericht van wijziging door een territoriaal onbevoegd P centrum) wel degelijk tot de nietigheid van de aanslag leidt. De rechtbank merkt hierbij ook op dat er anders over oordelen in strijd zou met de GDPR-regelgeving, nu de gegevensverwerking door een onbevoegde dienst niet langer eerlijk en rechtmatig kan zijn in de zin van die regelgeving. In het licht van deze rechtspraak is het bijgevolg aangewezen om steeds na te gaan door wie men bij een fiscale controle en diens vervolgstappen wordt aangesproken, en of deze persoon wel tot een (bijv.) territoriaal bevoegde dienst behoort. Meer info bij manuel@lamotestragier.beof stijn@lamotestragier.be

Lees meer!

Belastingverhoging - fiscus aanvaardt retroactieve werking van mildere wet

22/01/2026 - Manuel Meul, Stijn Lamote

In een eerdere editie van onze nieuwsbrief werd bericht over het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 november 2025 waarbij erkend werd dat de nieuwe regels inzake het opleggen van een belastingverhoging bij een eerste overtreding terugwerkende kracht dienen te hebben, zodat zij ook van toepassing zijn op de hangende geschillen. Het geschil dat door ons kantoor werd gevoerd. Concreet voerde de programmawet van 18 juli 2025 een “recht op vergissing” in. Bij een eerste overtreding inzake inkomstenbelastingen wordt niet langer automatisch een belastingverhoging van 10% opgelegd. Er wordt daarentegen vermoed dat de belastingplichtige te goeder trouw is en dat deze belastingverhoging dus achterwege kan blijven. De fiscus kan voor deze eerste overtreding wel nog steeds het bewijs leveren dat er geen sprake kan zijn van goede trouw. Aangezien deze nieuwe regelgeving gunstiger is dan de voorheen geldende regelgeving, waarbij het opleggen van een belastingverhoging van 10% bij een eerste overtreding de regel was en er slechts zeer uitzonderlijk hiervan werd afgezien, dient deze nieuwe regelgeving krachtens het internationaalrechtelijk verankerde beginsel van de retroactieve werking van de mildere strafwet ook toegepast te worden op de hangende geschillen. Dat de programmawet van 18 juli 2025 bepaalde dat de nieuwe regelgeving pas van toepassing is op aanslagen die vanaf 29 juli 2025 ingekohierd werden kan daaraan geen afbreuk doen. Het belang hiervan kan aanzienlijk zijn, nu het opleggen van een belastingverhoging van 10% doorgaans ook tot gevolg heeft dat de rechtzetting van het resultaat die volgt op een fiscale controle niet gecompenseerd kan worden met bijvoorbeeld de overgedragen fiscale verliezen of zelfs verliezen van het boekjaar. Indien de belastingverhoging van 10% komt te vervallen zal echter ook deze minimale belastbare grondslag komen te vervallen. De fiscus liet noteren mogelijk in cassatie te gaan tegen dit arrest. Ondertussen lijkt de fiscus de strijdbijl te hebben begraven. In een aantal casussen die wij behandelen wordt ingestemd met de rechtspraak van het hof van beroep te Gent. In de Kamercommissie Financiën van 13 januari jl. leek de minister nog op twee gedachten te hinken door enerzijds de toepassing van de nieuwe regels op de hangende geschillen te erkennen maar anderzijds toch nog de mogelijkheid van een cassatieberoep open te laten tegen het arrest van het hof van beroep te Gent. De fiscale administratie lijkt alvast de vlucht vooruit te hebben genomen, voorlopig zonder officiële communicatie in die zin. Het loont dus meer dan ooit de moeite om niet alleen de hangende dossiers af te toetsen aan deze nieuwe wending, maar ook om na te gaan of er nog een mogelijkheid is om nog tijdig een geschil op te starten voor nog niet betwiste aanslagen uit het verleden. Meer info op manuel@lamotestragier.be en/of stijn@lamotestragier.be.

Lees meer!

OOK ATTEST AANVRAAG VERSTRENGD VANAF 2026 

08/01/2026 - Stijn Lamote, Arne Hanssens, Thomas Storme

Vanaf 1 januari 2026 kan residentieel vastgoed in actieve familiale vennootschappen niet langer naar de volgende generatie overgedragen worden met toepassing van de gunsttarieven (in rechte lijn 0% bij schenking en 3% bij vererving). Vlabel heeft intussen ook een nieuw aanvraagformulier gepubliceerd om een voorafgaand attest te kunnen aanvragen. Deze aanvraag moet nu sowieso vergezeld zijn van een waarderingsverslag van de aandelen, opgemaakt door een revisor of gecertificeerd accountant, zelfs indien de vennootschap geen residentieel vastgoed bezit. Bezit de vennootschap wel residentieel vastgoed, dan moet de revisor of gecertificeerd accountant de waarde van de aandelen uitsplitsen (tussen de ondernemingswaarde en de waarde van het aanwezig residentieel vastgoed). Het gedeelte van de waarde dat het residentieel vastgoed vertegenwoordigt wordt niet langer gunstig belast. Dit waarderingsverslag zal ook aanwezig moeten zijn bij schenking of vererving. Intussen is er op de website van de Vlaamse Belastingdienst een FAQ verschenen die toelichting geeft over de nieuwigheden en bijkomende formaliteiten. De schenking of vererving van familiale vennootschappen, inclusief de attestaanvraag, heeft voortaan dus heel wat meer voeten in de aarde door het waarderingsverslag. Door de verlengde doorlooptijd bij deze planning is tijdig van start gaan andermaal de kernboodschap.

Lees meer!

breaking : arrest Gent 18/11/2025 bevestigt - nieuwe wet heeft impact op oude belastingverhogingen!

18/11/2025 - Stijn Lamote, Manuel Meul

Niet voor het eerst draagt ons kantoor bij aan markante fiscale rechtspraak. Met de programmawet van 18 juli 2025 werd het wetgevend kader aangepast inzake de inkomstenbelastingen, waardoor er voortaan bij een eerste te goeder trouw begane overtreding wordt afgezien van het opleggen van een belastingverhoging van 10%. De wetgever heeft hierbij een zogenaamd “weerlegbaar vermoeden van goede trouw” ingevoerd in hoofde van de belastingplichtige voor deze eerste overtreding. De fiscus kan in deze situatie slechts overgaan tot het opleggen van een belastingverhoging van 10% wanneer zij het bewijs levert dat de belastingplichtige niet te goeder trouw is. De hiervoor besproken wijzigingen zijn volgens de programmawet van 18 juli 2025 van toepassing op aanslagen ingekohierd vanaf 29 juli 2025. Dit was niet ons standpunt. Met deze datum van inwerkingtreding heeft de wetgever zich ons inziens vergaloppeerd. Belastingverhogingen, ook deze van 10%, zijn immers administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter in de zin het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uit dit Verdrag wordt het beginsel van de retroactieve werking van mildere strafwet afgeleid, beginsel dat primeert op het Belgische recht. Het nieuwe systeem (afzien van belastingverhoging en vermoeden van goede trouw) moet dan ook gelden bij eerder gevestigde aanslagen die vandaag nog in debat zijn (bezwaar fase of gerechtelijke fase) of kunnen getrokken worden. En dat wordt vandaag in een door ons behartigde zaak bevestigd door het Hof van Beroep van Gent (Gent, 18/11/2025). De gevolgen van de vernietiging van een belastingverhoging van 10% kunnen ver reiken. Veel aanslagen vallen in hun geheel weg als de belastingverhoging wegvalt; als er een belastingverhoging van 10% is kunnen de verliezen van het boekjaar of de overgedragen verliezen en andere tax assets van het verleden immers niet met de rechtzetting gecompenseerd worden. Als de belastingverhoging wegvalt, kan dat wel, waardoor zelfs de volledige aanslag kan wegvallen. We herhalen: review uw fiscale dossiers in betwisting! Meer info: manuel@lamotestragier.be - stijn@lamotestragier.be

Lees meer!

Bedrieglijke organisatie van onvermogen door winsten in vennootschappen te laten

05/11/2025 - Jens Rau, Bram Stragier

Cassatie bevestigt veroordeling voor “bedrieglijke organisatie van onvermogen” via vennootschap(pen). Het Hof van Cassatie heeft op 21 oktober 2025 het cassatieberoep verworpen van een bedrijfsleider die veroordeeld werd wegens de bedrieglijke organisatie van zijn onvermogen via vennootschap(pen). Daarmee bevestigt het Hof dat ondernemers die hun persoonlijke vermogen bewust “onbeschikbaar” maken om schuldeisers te ontwijken, strafbaar handelen. Luxe zonder loon De beklaagde was bestuurder van meerdere winstgevende vennootschappen. Toch keerde hij zichzelf jarenlang nauwelijks loon of dividenden uit. In werkelijkheid woonde hij met zijn gezin in een luxevilla van een van de vennootschappen en reed hij met dure bedrijfswagens (woorden van het Hof). Een vroegere zakenpartner beschikte evenwel over een uitvoerbare schuldvordering van ruim € 600.000, maar kreeg dat bedrag nooit geïnd. Volgens het hof van beroep had de man zijn financiële situatie zo ingericht dat inning “onmogelijk, minstens zeer moeilijk” was. Geen fiscale onschuld De verdediging voerde aan dat zijn vermogen al lang vóór de schuldvordering was gestructureerd, uit fiscale overwegingen en niet om schuldeisers te benadelen. Bovendien, zo luidde het, had de schuldeiser nog beslagmogelijkheden — op loon, aandelen of rekening-couranttegoeden. Cassatie volgde dat betoog niet. Het Hof benadrukte dat de rechter mag kijken naar de werkelijke mogelijkheid tot inning, niet enkel naar wat in theorie kan. Wanneer vermogen doelbewust in vennootschapsstructuren wordt ondergebracht of de bestuurder zichzelf kunstmatig onderbetaalt, is dat een aanwijzing van bedrieglijk opzet. Belangrijk: de schuldeiser hoeft niet eerst beslag te leggen of alle uitvoeringsmogelijkheden uit te putten om het misdrijf te bewijzen. Geen verjaring door voortgezet misdrijf De beklaagde beriep zich ook op verjaring, maar zonder succes. Het Hof beschouwde de herhaalde weigering om zichzelf een marktconform loon of dividend toe te kennen als een voortgezet misdrijf: elke beslissing die de toestand van onvermogen in stand hield, hernieuwde het strafbare feit. Cassatie bevestigt veroordeling Het Hof van Cassatie verwerpt het beroep en bevestigt het arrest van het Gentse hof van beroep. De veroordeling wegens bedrieglijk onvermogen blijft dus overeind. Wat betekent “bedrieglijke organisatie van onvermogen”? Het Strafwetboek viseert de schuldenaar die zijn eigen onvermogen “bewerkstelligt” om aan zijn schuldeisers te ontsnappen. Dat kan door vermogen weg te maken, te verbergen of onbeschikbaar te maken — maar dus ook door de groei van het privévermogen te verhinderen. Met andere woorden: wie via vennootschappen of andere constructies zijn onvermogen veinst, terwijl hij economisch wel controle heeft over geld of activa, kan strafrechtelijk vervolgd worden. Deze piste kan bovendien tot succesvolle recuperatie van schuldvorderingen leiden.

Lees meer!

Creatieve successieplanning anno 2021 - zonder schenkingsrechten & met maatschap

07/01/2021 - Stijn Lamote, Arne Hanssens

Door de verplichte registratie van buitenlandse schenkingsakten is het niet langer mogelijk om notariële schenkingen net over te grens bij onze noorderburen te voltrekken zonder daarop Vlaamse schenkbelasting verschuldigd te zijn. De afschaffing van de zogenaamde “kaasroute” betekent met andere woorden dat er geen schenking meer kan plaatsvinden bij notariële akte zonder dat hierop schenkbelasting verschuldigd zal zijn.

Wenst men toch te schenken zonder schenkbelasting, kan men evenwel nog steeds opteren voor een hand- of bankgift. Een handgift is een schenking die tot stand komt door de loutere materiële overhandiging van het geschonken goed door de schenker aan de begiftigde. Een bankgift is een schenking die tot stand komt door de overschrijving van geld of een effectenrekening van de bankrekening van de schenker naar de bankrekening van de begiftigde.

Teneinde het vereiste begiftigingsinzicht van de hand- of bankgift te bewijzen, wordt na de schenking een onderhands bewijsdocument opgemaakt. Naast de bevestiging van de gedane hand- of bankgift kan in deze pacte adjoint voorzien worden in diverse voorwaarden en modaliteiten van de schenking. Men kan onder meer voorzien in een zaakvervangingsclausule, een (optioneel) beding van terugkeer, de betaling van een (optionele) jaarlijkse rente, een vervreemdingsverbod en/of een verbod tot inbreng in de huwgemeenschap.

Voor deze schenkingsvormen is dus geen tussenkomst van een notaris vereist. De keerzijde van de medaille is een risicoperiode van drie jaar na de schenking, ook na 1 januari 2021, waardoor bij voortijdig overlijden van de schenker er alsnog erfbelasting op de gedane schenking zal verschuldigd zijn. Dit risico kan enerzijds opgevangen worden door het sluiten van een successieverzekering en anderzijds door het alsnog ter registratie aanbieden (mits betalen van schenkbelasting) van de pacte adjoint.

Evenwel heeft het verrichten van een hand- of bankgift, in tegenstelling tot een schenking bij notariële akte, zijn beperkingen. Zo kan er niet voorzien worden in een fideïcommis de residuo (ook wel de restschenking genoemd) of in een voorbehoud van vruchtgebruik ten voordele van de schenker(s); deze modaliteiten kunnen enkel worden voorzien in een (notariële) schenkingsakte.

Deze beperking kan echter perfect worden opgevangen door creatief om te gaan met de statuten van de maatschap. De geschonken goederen worden door de begiftigde(n) – samen met een beperkt vermogen van de schenker(s) – ingebracht in een maatschap (een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid). Het merendeel van de daarbij uitgereikte delen komt toe aan de begiftigde(n), slechts een beperkt aantal delen komen toe aan de schenker(s). Er kan evenwel perfect worden voorzien dat alle vruchten van de maatschap aan dat beperkt aantal delen van de schenker(s) wordt toegewezen, en niet of weinig aan de delen van de begiftigde(n). Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen opent daartoe deze en vele andere mogelijkheden.

Met dergelijke op maat gesneden statuten van de maatschap creëer je de facto een voorbehoud van vruchtgebruik, en dat zonder dat je moet werken via een aan schenkbelasting onderhevige passage bij de notaris.

Na de sluiting van de kaasroute blijft het nog steeds mogelijk om belastingvrij te schenken en een de facto vruchtgebruik voor te behouden. Al vergt een en ander wat creativiteit met de tools die de vennootschapswetgever ons de laatste jaren heeft aangereikt.