Ce site web utilise différents types de cookies. Vous trouverez plus d'informations sur l'utilisation des cookies dans notre cookie policy. Vous pouvez à tout moment adapter votre consentement aux cookies via les paramètres de votre navigateur. La poursuite de l'utilisation du site web implique votre consentement à notre cookie policy .

J'accepte

Abonnement à la newsletter

Saisissez votre adresse e-mail ci-dessous et recevez nos newsletters automatiquement dans votre boîte de réception !

S'abonner à la newsletter

Newsletters

Lamote Stragier Advocaten in De Tijd - successieplanning

13/06/2024 - Stijn Lamote

Lamote Stragier is ondertussen een gekend huis, ook voor successieplanning. Stijn Lamote werd door de Tijd geïnterviewd als één van de vermogensexperten. LSA in De Tijd 13062024.pdf (lamotestragier.be)

Voir plus!

Is een (extra) vermogensbelasting een optie?

10/06/2024 - Stijn Lamote

Ondertussen zijn de stemmen geteld. Tijd voor een zo objectief mogelijk debat over een aantal zaken die in de verkiezingscampagnes ‘hot’ waren. Zo onder andere over de invoering (?) van een vermogensbelasting. 2% op het netto-vermogen boven de 5 miljoen euro en 3% op het netto-vermogen boven de 10 miljoen euro. Zeg maar dat je voortaan een rente van 2% betaalt op een deel van je eigen vermogen, niet aan de bank, maar aan de staat. In de wetsvoorstellen die al circuleerden was er zelfs geen volledige uitsluiting van de gezinswoning voor de berekening van de belastbare basis, en ook niet van aandelen in familiebedrijven (die laatste zijn tot nader order de motor van tewerkstelling en dus de kern van ons sociaaleconomisch weefsel); aandeelhouders van een familiebedrijf die jaarlijks 2% van de waarde van het bedrijf moeten ophoesten, kunnen dus maar beter zeker zijn dat het bedrijf jaarlijks netto 2% opbrengt, zoniet zet je de krimp op het bedrijf en op jouw vermogen. Vele partijen hebben verder de mond vol van een belasting op meerwaarde op aandelen die men privé aanhoudt, de ene voorziet een verzachting voor KMO-aandelen, de andere veel minder of niet. Politieke stemmen gaan ook op voor de globalisering van de inkomsten, waardoor ook interesten en dividenden niet langer aan een vast tarief (in principe 30%), maar wel progressief zouden belast worden (net zoals beroepsinkomsten). Over de pro’s en de con’s van een vermogensbelasting en aanverwanten is al genoeg gezegd en geschreven. Het is ook niet onze taak als vermogensadvocaten om daarin te adviseren of zelfs standpunt in te nemen. Het is voorts een emotioneel debat, waar de vermogende particulier niet altijd op een objectieve behandeling kan rekenen. Stellen dat de vermogende particulier geen vermogensbelasting wil betalen, is wellicht een dubbel fout uitgangspunt. Het instemmen met belastingen doe je immers niet ‘zomaar’. Een motivatie daarvoor zou bv. kunnen zijn dat je zo een nuttige bijdrage levert aan de gemeenschap. Maar veronderstelt dat niet er een plan is van kosten en uitgaven? Dat het idee niet leeft dat jouw bijdrage in een bodemloze put terecht komt waarbij er voor de gemeenschap weinig tot niets terugkomt? Wie geeft graag zakgeld aan zijn kind, als hij of zij vreest dat er niet de juiste dingen mee gedaan worden? Als belastingplichtige bekijk je graag het volledige plaatje. De vermogende particulier betaalt al heel wat ‘vermogens’belasting. We bekijken het even vanuit zijn portefeuille, niet vanuit de finale bestemming van de heffingen naar de diverse overheden. Er zijn belastingen die naar Europa vloeien en belastingen die naar de federale staat of de gewesten vloeien. Wie met zijn vermogen een wagen, nieuw gebouw, sierraden, … koopt betaalt 21% btw. Btw wordt lang niet beperkt tot verbruiksgoederen, maar is ook van toepassing op een hele resem patrimoniumgoederen, waaronder ook ‘nieuw’ vastgoed. Wie zijn geld belegt in bestaand vastgoed, betaalt 12% verkooprechten. Wie onroerende goederen aanhoudt, betaalt onroerende voorheffing. Wie effecten heeft, betaalt jaarlijks 0,15% effectentaks. Wie (reeds belast) vermogen heeft dat in zijn vennootschap zit en het naar hem privé wil laten overkomen, bv. naar aanleiding van een liquidatie van een vennootschap, betaalt 30% (er is een uitzonderingstarief van 15%) roerende voorheffing. Kort gesteld: wie als 50-jarige €1.000.000,00 heeft gespaard, en investeert in een (bestaand) vastgoed van € 400.000,00 (heffing 12%), een nieuw appartement van € 350.000,00 (heffing 21%) en het saldo op de beurs belegt, houdt nog maximaal € 878.500,00 vermogen over. Als de betrokkene komt te overlijden en hij heeft maar één erfgenaam (laten we hopen dat het in de rechte lijn is) dan zijn er ook nog eens € 163.065,00 erfbelastingen verschuldigd. Resterend vermogen: € 715.435,00. Bijna 30% van het vermogen is verdampt aan vermogensbelasting voor het een eurocent heeft opgebracht, en dat voor een vermogen ruim onder de ‘kaap’ van de hierboven genoemde 5 miljoen euro. Het brengt ons naadloos bij twee andere onderbelichte topics in de context van (al dan niet als vermogensbelasting) erkende heffingen. De niet indexering van de schalen in de erfbelasting. In 1997 legde men vast dat je op een geërfd vermogen in rechte lijn van meer dan € 250.000,00 (toen nog het equivalent van 10.000.000BEF) 27% erfbelasting betaalde. Vandaag is dat nog steeds zo; deze schijf van € 250.000,00 is nooit geïndexeerd. Indien men rekening had willen houden met de inflatie (en dus geen verkapte belastingverhoging op geërfd vermogen had willen doorvoeren), dan zou de schijf van € 250.000,00 vandaag op om en bij de € 450.000,00 moeten staan. Een ander uitwas van dezelfde erfbelasting vind je terug als je nagaat hoeveel erfbelasting je betaalt als je als broer of zus, neef of nicht erft van een kinderloze erflater: 55%. Het lijkt noch min noch meer op een fiscale plicht om je voort te planten (al hoewel iedereen gewild en ongewild het recht zou moeten hebben om dat niet te doen …), zoniet loert ook daar een extra vermogensbelasting; een fiscale dinosaurus, lijkt het wel. En welke (extra) vermogensbelasting wenst men juist in te voeren? Een oproep om dit debat te objectiveren, en minstens de reeds bestaande vermogensbelastingen in ogenschouw te nemen en deze tegen het (hedendaagse) licht te houden.

Voir plus!

De ‘gekwalificeerde’ bezoldigingstheorie

15/01/2024 - Stijn Lamote

Lamote Stragier Advocaten is contentpartner bij Business Vlaanderen. Lees het contentartikel ‘Is vastgoed voor privégebruik een aftrekbare kost in de vennootschap?’ Meer info: stijn@lamotestragier.be

Voir plus!

De bierroute by LSA

07/11/2023 - Stijn Lamote, Arne Hanssens

LSA was de uitvinder en pionier van de zgn. bierroute. Dit is een techniek om roerende goederen te schenken zonder schenkbelasting. Een uitgebreide analyse van deze techniek en de toepassingsvoorwaarden ervan vind je in de Fiscale Actualiteit nr. 30. Meer weten over de bierroute? Ons team staat voor jou klaar.

Voir plus!

Partner Business Vlaanderen

24/10/2023 - Bram Stragier, Stijn Lamote

Lamote Stragier Advocaten is contentpartner geworden bij Business Vlaanderen. In de editie 2023/5 verschijnt alvast een artikel met de voorstelling van ons recent uitgebreide kantoor, en een eerste contentartikel Tax Gamechangers in M&A. Bij LSA 3.0 hoort ook een nieuwe advertentie. Een groter team, meer gezichten … maar met één DNA: kwalitatief, op hoog tempo en in begrijpbare taal. En met een unieke twee-eenheid tussen M&A en Tax. We act as one.

Voir plus!

Liquidatiereserve na de verkoop van aandelen? Hof Gent brengt goed fiscaal nieuws voor M&A praktijk.

21/09/2023 - Stijn Lamote

Ons kantoor heeft in een procedureslag met de fiscale administratie een belangrijke uitspraak over de fiscale streep getrokken, een uitspraak met een grote praktische relevantie voor de fiscale advieswereld in het algemeen en de fiscale issues rond de verkoop van bedrijven in het bijzonder. Groot of klein zijn maakt als vennootschap een groot fiscaal verschil uit. Voor kleine vennootschappen is een resem van fiscale gunstmaatregelen voorzien in de inkomstenbelastingen zoals de investeringsaftrek of het systeem van de liquidatiereserve. Groot ben je als je twee van de drie groottecriteria overschrijdt - de groottecriteria zijn 50 personeelsleden, omzet van € 9.000.000,00 en/of een balanstotaal van € 4.500.000,00. Door het consistentiebeginsel word je pas groot nadat twee opeenvolgende jaren de groottecriteria zijn overschreden, maar word je ook pas terug klein nadat die criteria opnieuw twee opeenvolgende jaren niet zijn overschreden. Of je groot of klein bent wordt ook geconsolideerd bekeken, bv. een individueel kleine moedervennootschap met een grote 100% dochtervennootschap wordt toch als groot beschouwd. Beide beginselen, de consistentie en de consolidatie, hebben een spanningsveld gecreëerd. En daar heeft het Hof Gent in haar arrest van 19 september 2023 klaar en duidelijk in getrancheerd. Een holding (die op zich klein was) verkocht een gelieerde vennootschap (die individueel groot was) en wou in het jaar van verkoop genieten van de fiscale gunstmaatregelen voor kleine vennootschappen. De fiscus wees evenwel op het consistentiebeginsel, en nam het standpunt in dat de holding nog twee jaar groot bleef (en dus bv. geen investeringsaftrek kon genieten, maar ook geen liquidatiereserve aanleggen, in het jaar van verkoop). Wij namen het standpunt in dat, doordat de consolidatie weggevallen was – de gelieerde vennootschap was verkocht in de loop van het boekjaar – de holding retroactief (voor de vorige twee jaar) individueel moest bekeken worden en dus het label van ‘klein’ moest opgekleefd krijgen. We verwezen daarbij onder meer naar de bedoelingen van de Europese en Belgische wetgever die uitgaan van het principe ‘denk eerst klein’. De kleine vennootschap is de regel, de grote vennootschap is de uitzondering. Deze redenering is door het Hof onderschreven. Het fiscale impact voor de M&A praktijk is buitengewoon groot: deze uitspraak houdt in dat als een private holding een grote vennootschap verkoopt, ze onmiddellijk terug individueel moet benaderd worden en dus per veronderstelling klein wordt. Bijgevolg kan ze in het jaar van verkoop een liquidatiereserve aanleggen op de gerealiseerde meerwaarde n.a.v. de verkoop van aandelen en de verkoopprijs dus met 10% liquidatieheffing (als de holding wordt geliquideerd) of 15% liquidatieheffing (als de holding wordt aangehouden) laten doorstromen naar de achterliggende privé-aandeelhouder. Door het (verrassende) standpunt van de fiscus, overigens bevestigd in eerste aanleg door de rechtbank van Brugge, was die mogelijkheid twijfelachtig geworden, en diende eventueel het reguliere dividendtarief van 30% te worden betaald (aangezien grote vennootschappen geen liquidatiereserve kunnen aanleggen). We houden u op de hoogte of de fiscus al dan niet berust in deze casus. Wie kopie wil van het arrest kan dit opvragen bij: stijn@lamotestragier.be

Voir plus!

Fiscale regularisaties, last call!

19/09/2023 - Stijn Lamote, Tom Bostoen

Sedert 2016 is er een regularisatiemogelijkheid om fiscaal onzuivere situaties recht te zetten. U betaalt hiervoor: een heffing tegen het tarief dat van toepassing was op het ogenblik van de inbreuk, verhoogd met 25 procentpunten (bijvoorbeeld een btw-ontduiking wordt belast tegen 21%+25% ofwel 46%), op inkomsten die fiscaal nog niet zijn verjaard; een vlakke heffing tegen het tarief van 40% op fiscaal verjaarde kapitalen. Vaak komen dergelijke situaties aan het licht naar aanleiding van de intentie om patrimonium uit het buitenland naar een Belgische bankrekening te repatriëren of uit een kluis op een Belgische bankrekening te plaatsen. De bank zal immers, in het kader van haar witwasverplichtingen, het bewijs willen zien dat de tegoeden hun normaal fiscaal regime hebben ondergaan, wat men op heden vaak niet meer weet, laat staan dat dit nog te bewijzen valt. De enige mogelijkheid die dan soms nog rest is om te regulariseren en de regularisatieheffing te betalen aan de Belgische staat. Gedeeltelijke regularisaties zijn daarbij uit den boze. Wie kapitaal in het buitenland heeft, dient dit volledig te regulariseren, dan wel het legaal karakter ervan met (keiharde) stukken aan te tonen. Op basis van rechtspraak van de rechtbank van Brussel kan de rulingcommissie op basis van een door de belastingplichtige opgemaakte gedetailleerde indiciaire afrekening in bepaalde gevallen wel bereid gevonden worden om een deel van het vermogen op basis van vermoedens als van legale oorsprong te aanvaarden. Maar dan moet de dossieropbouw goed en stevig in elkaar zitten. Het systeem van de fiscale regularisaties gaat na 31 december 2023 definitief op de schop. Uit vertrouwelijke bron vernemen wij dat er geen verlenging komt. Aangiften die ingediend worden voor deze datum zullen wel nog behandeld worden door de bevoegde commissie. Voor regularisaties vanaf 1 januari 2024 zal de BBI/ het parket moeten worden aangeschreven, wat wellicht in een ander boetekader zal plaatsvinden. Wie nog met (vragen omtrent) een regularisatie op de lever ligt, schiet best nu uit de sloffen om de deadline te halen. Dergelijke dossiers hebben immers sowieso een lange doorlooptijd (o.a. opvragen van bankhistorieken … om nog maar te zwijgen van een indiciaire afrekening); op 31/12/2023 is het onherroepelijk voorbij. Voor verdere vragen omtrent fiscale regularisaties of bijstand bij uw regularisatiedossier kunt u steeds contact opnemen met ons via: stijn@lamotestragier.be tom@lamotestragier.be

Voir plus!

LSA next level: 7 nieuwe collega’s ingecheckt!

14/09/2023 - Bram Stragier, Stijn Lamote

Lamote Stragier Advocaten staat voor kwaliteit, maar ook voor dienstverlening “op het tempo van de ondernemer” en dat met een unieke combo tussen tax & ondernemingsrecht/M&A. Gezien de klantenbasis blijft groeien, krijgen we de kans om ons team op te schalen tot 22 LSA’ers. Onze 7 nieuwe mensen: 2 vennoten-advocaten Jens Rau stapt over van het kantoor Belexa, waar hij managing partner was – ondernemingsrecht & M&A Marnix Van Keirsbilck stapt over van het fiscaal nichekantoor Dumon, Sablon & Vanheeswijck, waar hij vennoot was – fiscaal recht met focus op internationale fiscaliteit en vennootschapsbelasting 4 medewerkers-advocaten Joeri Coelus - 5 jaar actief als fiscaal jurist - team fiscaliteit met focus op tax & M&A Cara Van Geenberghe - 4 jaar actief als advocaat - ondernemingsrecht & M&A Florian Dewulf - ondernemingsrecht Joren Van Poucke - team fiscaliteit met focus op vermogensplanning 1 Paralegal Delphine D’Hulster, sinds 2016 actief als paralegal, neemt deze functie voortaan waar in LSA Behoorlijk wat extra ervaring dus. Meer info per nieuweling vind je op onze website.

Voir plus!

Fiscale procedure in een nieuw jasje

11/09/2023 - Stijn Lamote, Tom Bostoen

De wet van 20 november 2022 voerde een aantal drastische wijzigingen door aan de fiscale procedure, in deze nieuwsbrief vatten wij de 2 belangrijkste wijzigingen voor u samen: 1. Dwangsom Een eerste belangrijke aanvulling betreft de mogelijkheid voor de fiscus om een dwangsom op te leggen indien u weigert mee te werken aan een fiscaal onderzoek. Waar dit vroeger praktisch enkel resulteerde in een ambtshalve aanslag, beschikt de fiscus nu over een extra wapen om medewerking af te dwingen. De dwangsom moet evenwel gevalideerd worden door de rechtbank in een tegensprekelijk debat, wat er voor zorgt dat u zich als belastingplichtige kan verzetten, het geen uiteraard het proces vertraagt. 2. Uitbreiding onderzoeks- en aanslagstermijn De veruit belangrijkste wijziging betreft evenwel de uitbreiding van de onderzoeks- en aanslagtermijnen, de concrete aanpassingen zijn als volgt: Tot en met aanslagjaar 2022: 3-jarige termijn: Foute, laattijdige of niet-aangifte 7-jarige termijn: Fraude (bedrieglijk opzet) 10-jarige termijn: Juridische constructies in belastingparadijzen Vanaf aanslagjaar 2023: 3-jarige termijn: Foute aangifte 4-jarige termijn: Laattijdige of niet-aangifte 6-jarige termijn: Welbepaalde internationale elementen 10-jarige termijn: Fraude en ‘complexe’ aangiften De nieuwe termijnen gelden pas voor aanslagen die gevestigd worden met betrekking tot aanslagjaar 2023. Controles die nu lopende zijn hebben praktisch steeds betrekking op voorgaande aanslagjaren waar de fiscus nog gebonden is aan de oude termijnen. 3. Uitbreiding bezwaartermijn (met onmiddellijke ingang) Ter ‘compensatie’ van deze wijzigingen krijgt de belastingplichtige een uitbreiding van diens bezwaartermijn van 6 maanden naar 1 jaar. Een doekje voor het bloeden aangezien de fiscus de invordering steeds assertiever opstart na 2 maanden. De reële bezwaartermijn bedraagt dus eigenlijk maar 2 maanden. Voor meer duiding inzake de impact hiervan op uw dossier kunt u steeds terecht bij: stijn@lamotestragier.be tom@lamotestragier.be

Voir plus!

Fiscale procedure in een nieuw jasje

11/09/2023 - Stijn Lamote, Tom Bostoen

De wet van 20 november 2022 voerde een aantal drastische wijzigingen door aan de fiscale procedure, in deze nieuwsbrief vatten wij de 2 belangrijkste wijzigingen voor u samen:

1. Dwangsom

Een eerste belangrijke aanvulling betreft de mogelijkheid voor de fiscus om een dwangsom op te leggen indien u weigert mee te werken aan een fiscaal onderzoek. Waar dit vroeger praktisch enkel resulteerde in een ambtshalve aanslag, beschikt de fiscus nu over een extra wapen om medewerking af te dwingen. De dwangsom moet evenwel gevalideerd worden door de rechtbank in een tegensprekelijk debat, wat er voor zorgt dat u zich als belastingplichtige kan verzetten, het geen uiteraard het proces vertraagt.

2. Uitbreiding onderzoeks- en aanslagstermijn

De veruit belangrijkste wijziging betreft evenwel de uitbreiding van de onderzoeks- en aanslagtermijnen, de concrete aanpassingen zijn als volgt:

Tot en met aanslagjaar 2022:

  • 3-jarige termijn: Foute, laattijdige of niet-aangifte
  • 7-jarige termijn: Fraude (bedrieglijk opzet)
  • 10-jarige termijn: Juridische constructies in belastingparadijzen

Vanaf aanslagjaar 2023:

  • 3-jarige termijn: Foute aangifte
  • 4-jarige termijn: Laattijdige of niet-aangifte
  • 6-jarige termijn: Welbepaalde internationale elementen
  • 10-jarige termijn: Fraude en ‘complexe’ aangiften

De nieuwe termijnen gelden pas voor aanslagen die gevestigd worden met betrekking tot aanslagjaar 2023. Controles die nu lopende zijn hebben praktisch steeds betrekking op voorgaande aanslagjaren waar de fiscus nog gebonden is aan de oude termijnen.

3. Uitbreiding bezwaartermijn (met onmiddellijke ingang)

Ter ‘compensatie’ van deze wijzigingen krijgt de belastingplichtige een uitbreiding van diens bezwaartermijn van 6 maanden naar 1 jaar. Een doekje voor het bloeden aangezien de fiscus de invordering steeds assertiever opstart na 2 maanden. De reële bezwaartermijn bedraagt dus eigenlijk maar 2 maanden.

Voor meer duiding inzake de impact hiervan op uw dossier kunt u steeds terecht bij:

stijn@lamotestragier.be

tom@lamotestragier.be